KUNSTFORUM NOORD

moderne en hedendaagse kunst uit Noord-Nederland

Kunstenaars

Kunsthaat (voor Herman Sandman)

Apr 10, 2012

Een tijdje geleden had ik, zomaar tussendoor, een stukje geschreven getiteld ‘Kunsthaat’. Het ging over het gevoel dat mij op gezette tijden overvalt wanneer ik het even helemaal heb gehad met ‘de kunstwereld’. Al die interessantigheid, ijdeltuiterij, zelfbenoemde genieën, tenenkrommend kunstgeneuzel enz., enfin, de rest kunt u wel ongeveer invullen. Even flink doordraven, in combinatie met licht onwelvoeglijk taalgebruik. Ik had het uitgeprint, maar toen ik het gezicht van mijn geliefde, die de meeste van mijn schrijfsels als eerste onder ogen krijgt, zag, wist ik al hoe laat het was. ‘Wie heeft dít geschreven??’ ‘Ik.’ ‘Nou, dat kan echt niet.’ ’Denk je niet?’ ’Nee.’ En daar is het bij gebleven.

Maar gisteren kwam ik, al bladerend in een oud nummer van Kunstbeeld, een column van Rob Perree tegen. En die ging, tot mijn verrassing, over hetzelfde. Kunsthaat. Heel beschaafd geschreven, zonder beledigende kwalificaties. Maar ik kon me er wel in herkennen. Ik zou het graag in zijn geheel hier opnemen, maar dan krijg je weer allerlei gedonder met rechten, dus ik hoop dat hij het niet erg vindt dat ik zijn stuk tekort doe door er een paar passages uit te lichten. U mag het zelf vertalen naar lokale proporties en omstandigheden:

Nu even niet.
Dacht ik toen ik het Stedelijk twee miljoen meer vraagt om de nieuw glazen entree te kunnen verwarmen en bewaken.
Nu even niet.
Dacht ik toen ik las dat het werk van levende kunstenaars als Hirst en Koons nu meer opbrengt dan
dat van écht grote voorgangers als Van Gogh en Mondriaan.
Nu even niet.
Dacht ik, toen ik hoorde dat vrijwel iedere Gooise tv-ster een Herman Brood boven zijn Jan des
Bouvrie bankstel heeft hangen.

Op zo’n moment haat ik de kunstwereld en overvalt me de dringende behoefte me even terug te trekken. Dat doe ik in een doordeweekse, zwarte wijk in Brooklyn.

Daar ontbreekt de kunst.
Daar wordt niemand wakker met het idee om een galerie of een museum te bezoeken.
Daar heeft niemand een krant met een culturele bijlage.
Daar windt niemand zich op over de prijzen van kunst.
Daar is de benzineprijs het gesprek van de dag.
Daar is een uitgewoonde antiekwinkel doe ook in oude lijsten doet.
Naast de boekwinkel die alleen maar boeken van zwarte auteurs in
de schappen heeft staan.
En die geen enkel kunstboek verkoopt.

In die wijk kom ik tot rust.
Daar de-conditioneer ik.
Maak ik mezelf leeg.

Na een paar weken ga ik terug.
Opgefrist en opgelucht.
Discussieer weer net zo enthousiast over de stommiteiten van museum-
Directies, de gekte van de kunstmarkt, de oppervlakkigheid van
Beroemdheden en de kwaliteit van kunst.
Dan ga ik als altijd in stemmig zwart naar officiële openingen en voel me
Thuis bij de kunstmatigheid van mijn omgeving.
Dan geniet ik weer van kunst.

Maar nu even niet.


OK, ik ben nog nooit in een zwarte wijk in Brooklyn geweest (in geen enkele wijk in Brooklyn trouwens), en dat stemmig zwart klopt ook van geen kant. En als ik per sé moet de-conditioneren ga ik wel een dag naar Schier, of zo. Maar het gaat om de strekking.

[De oorspronkeljke column verscheen in Kunstbeeld nr 6, 2008]