KUNSTFORUM NOORD

moderne en hedendaagse kunst uit Noord-Nederland

Kunstenaars

KFN nieuw: Han Jansen op het wad

Oct 3, 2011

Alle publiciteit rond het veertigjarig bestaan van Robert Smithsons land art project Broken Circle / Spiral Hill bij Emmen vormt een goede aanleiding om terug te gaan naar een ander historisch moment in de noordelijke kunst: het waddenproject van Han Jansen, uit 1980. In beide gevallen gaat het om een vorm van landschapskunst, een artistiek ingrijpen van de kunstenaar in de natuurlijke omgeving, maar het resultaat van hun ingrepen was natuurlijk totaal verschillend. Waar Smithson een ontwerp maakte en aan de hand daarvan nieuwe vormen in het landschap creëerde (die nog steeds te zien zijn, misschien voornamelijk dankzij het feit dat het terrein jarenlang niet toegankelijk was voor het publiek), bestond Jansens aandeel in één enkele handeling; hij strooide verschillende soorten kleurpoeder uit in de Waddenzee. Daarmee was zijn inbreng voltooid; vanaf dat moment nam de natuur het over en schiep haar eigen kunstwerk, in vluchtigheid en vergankelijkheid. De wind en de stroming verspreidden de kleuren en wie het geluk had daar op dat moment te staan kon een wonderbaarlijk schouwspel zich zien voltrekken: een zee die binnen een tijdsbestek van wat niet meer dan tien minuten of een kwartier kan zijn geweest, een totaal ander aanzien krijgt. Een egaal wateroppervlak dat zichzelf plotseling opdeelt in steeds groter wordende kleurvlakken om daarna, naarmate de poedergolven zich verder verspreiden en verdunnen, heel langzaam terug te keren tot haar oorspronkelijke tint.
Wouter Kotte, die erbij aanwezig was, schrijft in de catalogus van Hedendaagse Kunst Utrecht:

‘Wat een ervaring aan den lijve te ontdekken hoe vermoeiend en soms levensgevaarlijk het inschilderen van het wad en het maken van die schitterende esthetische foto’s was. Wat een verbazing te constateren dat van deze vermoeienissen en ontberingen niets in de luchtigheid van de foto’s terug te vinden is. Wat een vakmanschap, wat een intensiteit, wat een inventiviteit, wat een bijna japans aandoende vanzelfsprekendheid waarmee de blauwe luchten en witte wolken in een rode zee weerspiegelen. Zen op het Groninger wad en alle deelnemers vervuld van satori. Toeval en beheersing samen in balans in het kunstwerk.’



In de monografie over Han Jansen staat een foto van John Stoel die allesbehalve rust uitstraalt: we zien Han Jansen tot zijn enkels in het slik staan, omringd door toeschouwers en fotografen, en uit een doos kleurpoeder in een smal stroompje strooien. Je kunt dit zien als de essentie van het werk, als een soort performance, maar voor mijn gevoel is het wezen van het werk wat er daarna gebeurt, als alle geploeter is opgehouden en iedereen in stilte (hoop ik) kijkt naar wat zich voor hun ogen voltrekt. Het moet een adembenemende ervaring zijn geweest, van visuele verrassing, met het geluid van de wind over de uitgestrektheid van het wad, en de geur van de zee. Maar dat is alleen meegemaakt door de mensen die daar stonden. Daarna is het werk vervlogen in de tijd en is het enige dat rest is wat er werd vastgelegd, als een souvenir. Daar moeten wij, die het alleen kennen uit de verhalen, het mee doen.
Maar diezelfde souvenirs zijn wel het enige tastbare dat is overgebleven van die ervaring, momentopnamen van de indrukwekkende gebeurtenis die zich daar moet hebben afgespeeld.

Onder de aanwinsten van KFN bevindt zich een drieluik van foto’s die Han Jansen bij die gelegenheid maakte. De Waddenzee in kleur, in tinten die de natuur nooit zelf zou hebben verzonnen, maar die op de een of andere manier toch harmoniëren met hun omgeving. Het zijn statische beelden, die per definitie niets kunnen weergeven van de dynamiek, de voortdurende verandering, maar die wel een tastbare en fraaie weerslag vormen van een van de meest opmerkelijke projecten die de noordelijke kunst heeft gekend.


[Han Jansen, Waddenproject, 1980 -  drie kleurenfoto’s in lijst, gesigneerd op de rechtse foto  – EUR 350.00]


Een vroege Wiegers

Sep 23, 2011

 

Het leek een lastig probleem: stel dat ik in een catalogus van een veilinghuis, al dan niet noordelijk, iets aantref dat ik de moeite waard vind om in KFN Nieuws aandacht aan te besteden, moet ik dat dan doen vóór of na de veiling? Als ik erover schrijf op het moment dat het object in kwestie nog geveild moet worden,  zullen allerlei kwaaddenkende lieden zeggen dat ik het waarschijnlijk zelf heb ingebracht en zo de prijs probeer op te drijven, of ik word verdacht van nauwe banden met de veilinghouder, belangenverstrengeling, handel met voorkennis enz. Kortom, niets dan gezeur. In het andere geval, als ik er pas over schrijf als de veiling al achter de rug is, riskeer ik bozige opmerkingen dat ik dat ook wel eens eerder had kunnen zeggen, want dan had men tenminste nog mee kunnen bieden.  Op zich gemakkelijk te pareren natuurlijk, want ze hadden zelf ook kunnen kijken. Hadden ze maar beter op moeten letten. Dus hoe je ook doet, het is nooit goed. Maar met de tweede categorie mopperaars valt aanzienlijk beter te leven dan met de eerste, bedacht ik. Achteraf dus.

In de afgelopen veiling van Allbooks Auctions in Groningen (de naam waarachter voorheen veilinghuis G. Postma schuilgaat) was een litho van Jan Wiegers opgenomen. Op zichzelf weinig spectaculair, aangezien het  noorden wordt al jaren geteisterd door een schijnbaar onuitputtelijke voorraad Ploeggrafiek in alle soorten en maten. In verreweg de meeste gevallen betreft het late drukken en nadrukken, al dan niet geautoriseerd, en voor de enigszins gevorderde verzamelaar zijn ze dan ook nauwelijks interessant. Maar dit was een ander geval.

Het was een forse prent, uitgevoerd in hoofdzakelijk zwart  en geel, waarvan de voorstelling werd gedomineerd door grillig gevormde bomen aan weerszijden van een bospad waarop twee figuren te zien zijn. Gesigneerd in potlood, met een wat vreemde uitsparing in de rand van het passepartout waar de toevoeging ‘Voor Job Hansen’ te zien is. Een zeldzaam blad, zeker, maar niet geheel onbekend.  Het Groninger Museum bezit een nogal gehavend exemplaar, dat is afgebeeld  in de  Wiegers monografie, en bovendien is gedateerd ‘1923’. Op grond van het papier, de signatuur en de opdracht mogen we ervan uitgaan dat het hier gaat om wat in het jargon een ‘contemporaine druk’ heet, een afdruk die gemaakt is meteen of kort na het vervaardigen van de matrix, in dit geval de lithosteen. De catalogus vermeldt nog de prent afkomstig is uit de nalatenschap van Hansen, wat niet onwaarschijnlijk lijkt, omdat in dezelfde veiling ook nog een aquarel van zijn zoon Johan werd aangeboden.

Litho’s zijn bij de vroege Ploeg betrekkelijk zeldzaam. Dat zal in de eerste plaats een praktische reden hebben gehad: lithostenen zijn relatief duur. Het was goedkoper om te werken op een blok hout of een plaat zink  Bovendien is het maken van een litho, zeker in meerdere kleuren,  een omslachtig procedé en misschien dat de puur fysieke inspanning die nodig is om een afbeelding in een houtblok of een etsplaat  over te brengen wel beter past bij de energie en de dynamiek die zo kenmerkend is voor de beste Ploegjaren. Een voordeel van een litho, althans voor verzamelaars, is wel dat, omdat de stenen meestal na gebruik weer werden afgeslepen om opnieuw te worden gebruikt, er geen nadrukken mee kunnen worden gemaakt en dat een litho dus bijna per definitie ‘uit de tijd’ is.

En de prijs? De catalogus gaf een inzetprijs van tweehonderd euro, wat wel erg laag is voor deze prent, maar zelfs in deze slechte markt halen goede stukken hun prijs, en dat gebeurde ook. De litho werd afgeslagen op 900 euro, wat betekent dat de koper inclusief het opgeld ruim 1100 euro moest neertellen. Niet echt een koopje dus, maar wel een goede prijs voor een goede prent.

NASCHRIFT

- Wiert Noorda maakt mij erop attent dat er van deze voorstelling ook een kleine variant bestaat, als ets. Hij is afgebeeld in het bekende Wiegers grafiekboekje uit de Domino-reeks, nr 7. Het pad heeft daar een bocht en de figuur staat meer op de voorgrond, maar verder is het duidelijk hetzelfde tafereel. Dank!

Caldic collectie koopt Ruud de Rode

Sep 7, 2011

Twee schilderijen van Ruud de Rode zijn onlangs toegevoegd aan de collectie van de Rotterdamse industrieel Joop Caldenborgh. De aankopen vonden plaats tijdens de manifestatie Kunst op Kamers in het Noord-Hollandse De Rijp, waaraan De Rode al eerder deelnam. Het gaat om het schilderij De Rode Man, dat in een kleinere versie te zien was bij Galerie Anderwereld, een werk uit de serie Facing, waarvan een kleine variant is opgenomen in het KFN aanbod.

O

Ondanks het feit dat hij de laatste twintig jaar met regelmaat heeft geexposeerd en dat zijn werk in kleine kring zeer werd gewaardeerd, is Ruud de Rode in de noordelijke kunst toch een beetje een buitenstaander gebleven, omdat zijn werk moeilijk valt in te passen in de gevestigde schildertradities.

Misschien een goede tip voor Museum Belvedere, waar een verbreding van het artistieke spectrum langzamerhand wenselijk lijkt.

<< <  Pagina 49 van 50  > >>